Montessori
Maria Montessori
De pedagogische ideeën van Maria Montessori worden toegepast in de peuterspeelzaal.
De leidster bereidt de omgeving (het lokaal) voor. Zij is zelf ook een deel van deze omgeving.
Zij is op de hoogte van de wijze waarop zij de kinderen het beste kan helpen in hun ontwikkeling.
Zij observeert en begeleidt de kinderen. De omgeving/het lokaal is zo ingericht, dat de kinderen
door zelfwerkzaamheid zichzelf kunnen ontwikkelen. Om zich zelfstandig in hun omgeving te kunnen bewegen,
is het nodig dat alles zoveel mogelijk naar het formaat van de kinderen is gemaakt: kapstokken, meubels, kasten etc.
Het kind moet alles kunnen overzien.
Het jonge kind heeft in het algemeen behoefte aan ordening. Elk stuk speelgoed en materiaal heeft zijn eigen plaats,
zodat het geen tijd hoeft te verliezen met zoeken(waardoor misschien de belangstelling wegebt).
Kinderen kunnen zelf de weg vinden, nadat de leidster of een kind dat al langer in de groep zit, de weg heeft gewezen.
In de “voorbereide omgeving” neemt, naast de leidster, het materiaal een belangrijke plaats in. Het materiaal moet
aan bepaalde eisen voldoen wil het kind er zelfstandig mee kunnen werken en bepaalde basisvaardigheden opdoen,
die nodig zijn voor de verdere ontwikkeling.
De belangrijkste eisen die Maria Montessori aan het materiaal stelde:
- Het materiaal moet aantrekkelijk zijn
- De hoeveelheid materiaal moet beperkt zijn. De kinderen moeten kunnen kiezen uit een overzichtelijk geheel.
Op deze manier leren ze ook dat niet al het materiaal voortdurend tot hun beschikking staat: ze leren rekening te houden
met een ander en te wachten tot het door hun gewenste materiaal weer beschikbaar is.
- Het materiaal is zelfcorrigerend, het kind merkt zelf wanneer er een fout is gemaakt
en is daardoor onafhankelijk van de leiders.
- Het materiaal moet overzichtelijk opgesteld staan, zodanig dat het kind er zelf bij kan.
Naast het specifieke Montessori-materiaal is ook het gewone peuterspeelzaalmateriaal aanwezig.
Denk hierbij aan de poppenhoek, bouwhoek, leeshoek, expressiemateriaal, etc.
Maria Montessori (31 augustus 1870 – 6 mei 1952) was een Italiaans arts en pedagoog.
Maria Montessori werd geboren in Chiaravalle (bij Ancona) in Italië.
Na haar middelbare schooltijd koos ze voor de studie voor ingenieur, en later voor de opleiding geneeskunde. In 1896 werd zij de eerste vrouwelijke arts in Italië.
In november 1896 kwam ze in het Santo Spirito-ziekenhuis in Rome in contact met kinderen die aanzienlijk gehandicapt waren in hun verstandelijke ontwikkeling. Ze ging er toe over jeugdigen te laten voelen, zien, horen en ruiken.
Zij wilde die kinderen helpen een zo groot mogelijk deel van hun achterstand in te lopen en nam daarbij aanvankelijk de methoden over van twee beroemde Franse artsen, Jean Itard (1774-1838) en Édouard Séguin (1812-1880). De eerste was beroemd geworden door zijn opvoeding van de ‘Wilde van Aveyron’, de tweede door zijn werk met zwakzinnige kinderen. Maria raakte bezield door Séguins boeken en bereikte zelf met de aan haar toevertrouwde kinderen fantastische resultaten, althans volgens haar eigen beschrijving in haar boeken.
In 1898 werd Maria Montessori directrice van een door de Italiaanse regering gesticht instituut voor de opleiding van onderwijzers voor verstandelijk gehandicapte kinderen. In 1904 werd zij benoemd tot hoogleraar in de antropologie aan de Universiteit van Rome. Zij bekleedde die leerstoel tot 1916. Tegelijk studeerde zij pedagogiek.